Agora  |  Actueel |  Contact  
U bevindt zich hier: Start > Thema's > Maatschappelijk werk
Nieuwe richtlijn over angst op Pallialine  
31-07-2009

Wanneer duidelijk is geworden dat de ziekte niet meer kan genezen en de patiënt en zijn naasten zich realiseren dat het einde nadert, spelen angsten voor het komende lijden en het verlies van autonomie en waardigheid vaak een rol. Op Pallialine, richtlijnen palliatieve zorg, is de nieuwe richtlijn over angst te vinden.

Angst is in het dagelijks leven een normale menselijke reactie op dreigend gevaar. Angst kan een prikkel zijn tot adequaat handelen, bijvoorbeeld naar de dokter gaan wanneer men zich ongerust maakt over een lichamelijke klacht.

Een ongeneeslijke ziekte is een dreiging die existentiële onzekerheden en ingrijpende veranderingen in het leven met zich mee brengt. Vooral bij veranderingen in het ziekteproces of bij de aanvang van een nieuwe behandeling komen gevoelens van angst en spanning veel voor. Het wachten in de wachtkamer op de uitslag van een CT-scan die gemaakt is om het effect van de behandeling te beoordelen is voor veel patiënten een zenuwslopende gebeurtenis. Voor de eerste chemokuur zijn de meeste patiënten nerveus. Wanneer de eerste kuur is meegevallen kan de patiënt enigszins gerustgesteld zijn. Maar als de eerste chemokuur gepaard ging met nare bijwerkingen, zoals misselijkheid, braken, mucositis, haaruitval of neuropathie, kan de patiënt voor de volgende kuur aan anticipatieangst lijden, waardoor het ondergaan van de chemotherapie een kwelling wordt.

Wanneer duidelijk is geworden dat de ziekte niet meer kan genezen en de patiënt en zijn naasten zich realiseren dat het einde nadert, spelen angsten voor het komende lijden en het verlies van autonomie en waardigheid vaak een rol.

Wanneer de angst zo hevig wordt dat het dagelijks functioneren belemmerd wordt of de angst disproportioneel is ten opzichte van de bedreiging wordt gesproken van een angststoornis. Bij een levensbedreigende ziekte is de norm van disproportionaliteit niet bruikbaar. Het onderscheid tussen normale en pathologische angst bij patiënten met een levensbedreigende ziekte kan beter worden bepaald door de mate waarin het dagelijks functioneren wordt verstoord. Fysiologische equivalenten van angst kunnen zijn: moeheid, spanning, transpireren, hartkloppingen, benauwdheid, duizeligheid, frequente mictie, diarree, slikproblemen, rillingen, verhoogde prikkelbaarheid en slaapproblemen. Bij de exploratie van angst of een angststoornis dient er rekening mee gehouden te worden dat deze symptomen ook veroorzaakt kunnen worden door het onderliggend lijden of bijwerkingen van de behandeling kunnen zijn.



Aantal keer bekeken: 3329

Terug
 
Nieuwe richtlijn over angst op Pallialine
   

| |
Copyright 2011 Agora landelijk ondersteuningspunt palliatieve zorg
Gebruiksovereenkomst
Privacybeleid
Inloggen | 

Actueel

Top 5 thema's

Zorg Kiezen

Snel naar