Voor u ligt het rapport over het onderzoek naar ‘Optimale organisatie en afstemming van taken,
producten en diensten van palliatieve organisaties (landelijk, regionaal en lokaal niveau)’, dat door
TNO Management Consultants in opdracht van het Ministerie van VWS in de periode van september
2009 tot en met maart 2010 is uitgevoerd. Het onderzoek is onderdeel van het thema ‘Financiering en
organisatie palliatieve zorg’, uit het ‘Plan van Aanpak Palliatieve Zorg 2008-2010’.
De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek luidde:
Hebben de besluiten, genomen door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2001/2002 inzake palliatieve zorg, en de initiatieven vanuit het veld en vanuit het perspectief van de klant(en) geleid tot de beoogde optimale organisatie en afstemming van taken van de palliatieve zorg op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau, met als resultaat verbetering van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de palliatieve zorg?
Op basis van het onderzoek kunnen we concluderen dat de palliatieve zorg zich in de afgelopen jaren sterk heeft gepositioneerd en onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de reguliere zorg. De veelheid en diversiteit aan initiatieven hebben hier een positieve bijdrage aan geleverd. Tegelijkertijd kunnen we niet constateren dat de genomen initiatieven hebben geleid tot een optimale organisatie en afstemming van taken in de palliatieve zorg op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Het geconcretiseerde resultaat hiervan, verwoord in: “Het bieden van de gewenste en adequate ondersteuning aan palliatieve zorgverleners, opdat zij de patiënt zo goed mogelijk van dienst kunnen zijn” wordt niet altijd waargemaakt.
Veel initiatieven die door het veld zijn ontwikkeld, veelal vanuit de ambitie om de kwaliteit van de palliatieve zorg te verbeteren, staan op zichzelf en worden niet centraal gecoördineerd. De ruimte die VWS biedt in haar functie- en taakopdrachten wordt door de diverse ondersteuningsorganisaties in het palliatieve veld ten volle en op eigen wijze benut. Dit heeft tot gevolg dat er geen sprake is van integrale ondersteuning van de palliatieve zorg in een samenhangende structuur. Met het Plan van Aanpak 2008 – 2010 heeft VWS de regie genomen om de diverse lopende initiatieven te bundelen, verder te ontwikkelen, te verbreden en te borgen.
In het onderzoek stellen we ook vast dat daar waar sprake is van overlap in taken tussen de verschillende ondersteuningsorganisaties, er niet altijd sprake is van onderlinge afstemming. Ook als er wel afstemming plaatsvindt -en dat gebeurt uiteraard wel op verschillende manieren-, is dat voor het veld (professionals, zorgaanbieders, belangenorganisaties) niet altijd duidelijk merkbaar.
De patiënt zelf was geen geraadpleegde partij in dit onderzoek. Door vele betrokkenen is echter wel aangegeven dat men zich afvraagt of de patiënt gebaat is bij de huidige ontwikkelingen in de ondersteuningsstructuur. Komt het uitgangspunt: ‘de patiënt centraal’ soms niet onder druk te staan?