|
|
|
Financiering en vergoedingen
|
|
Palliatieve terminale zorg kan in verschillende situaties plaatsvinden. Iedere situatie kent een eigen financierings- en vergoedingensysteem. In dit deel wordt aandacht besteed aan de wijze van financiering van de meest voorkomende zorgvormen in de palliatieve zorg.
Basisverzekering en aanvullende verzekering Per 1 januari 2006 is het onderscheid tussen ziekenfonds- en particuliere verzekering verdwenen en geldt voor iedereen een basisverzekering. De premie bestaat uit een deel dat voor iedereen gelijk is (nominaal deel) en uit een inkomensafhankelijk deel. Wanneer de patiënt geen of weinig inkomen heeft, heeft u recht op een zorgtoeslag. De patiënt krijgt dan een bedrag terug van de belastingdienst, als tegemoetkoming op de kosten van de basisverzekering. Het inkomensafhankelijk deel wordt door de werkgever of uitkeringsinstantie vergoed.
Daarnaast kunt u voor specifieke zorg, bijvoorbeeld uitgebreide tandheelkundige zorg of fysiotherapie, een aanvullende verzekering afsluiten. Hiervoor bent u geheel zelf verantwoordelijk. U kunt kiezen tussen zorg in natura of voor een restitutiepolis. Bij zorg in natura betaalt de zorgverzekeraar rechtstreeks de rekening van de zorgaanbieder. U kunt naar alle zorgaanbieders gaan waarmee de zorgverzekeraar een contract heeft afgesloten.
Bij de restitutiepolis kunt u zelf uw zorgaanbieder kiezen. U moet in principe de rekening van de zorgaanbieder eerst zelf betalen, voordat u de kosten door de zorgverzekeraar vergoed krijgt. De zorgverzekeraar en de zorgaanbieder kunnen wel afspreken dat de zorgverzekeraar de rekening rechtstreeks betaalt.
Thuiszorg Thuiszorg wordt gefinancierd vanuit de AWBZ en voor een kleiner deel uit eigen bijdragen van cliënten. Indicatie voor thuiszorg vindt plaats door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Huisartsenzorg Via de basisverzekering bent u verzekerd voor zorg door de huisarts. De zorgverzekeraar vergoedt de zorg door de huisarts. Het is wel mogelijk dat de patiënt een eigen bijdrage heeft; dit is afhankelijk van de polis.
Zorg door vrijwilligers Vrijwilligers zijn georganiseerd via bijvoorbeeld plaatselijke of regionale organisaties aangesloten bij het Landelijk Steunpunt Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ), via buddyprojecten (voornamelijk voor AIDS patiënten), via het Rode Kruis, Humanitas, een patiëntenvereniging of Mezzo. Wanneer u hulp van een vrijwilliger vraagt, zijn daar over het algemeen geen kosten aan verbonden.
Mantelzorg Mantelzorgers (naasten) doen huishoudelijke taken en bieden hulp bij de lichamelijke verzorging. Zij vangen de patiënt als eerste op. In geval van een persoonsgebonden budget heeft de patiënt de mogelijkheid mantelzorgers te betalen. Dit kan alleen wanneer de mantelzorger zorgtaken uitvoert die door het Centrum Indicatiestelling Zorg geïndiceerd zijn.
Verschillende wettelijke maatregelen moeten de combinatie van mantelzorg met betaald werk makkelijker maken. Tot nu toe kunnen werkenden geen rechten ontlenen aan de wetten. De wetten vormen een wettelijk raamwerk, dat via CAO-afspraken of via individuele afspraken tussen werkgevers en werknemers nader ingevuld dient te worden.
In 1998 is de Wet Financiering Loopbaanonderbreking (WFL) ingevoerd. Hierin is onder andere de mogelijkheid van verlof voor stervensbegeleiding uitgewerkt. Er bestaat geen wettelijk recht op dit verlof. Tijdens het verlof kan de mantelzorger van de overheid maandelijks een financiële bijdrage ontvangen.
Een andere wet uit 1998 is de Wet Onbetaald Verlof en Sociale Verzekeringen. Enkele belemmeringen, die bestaan bij het nemen van verlof worden in deze wet geregeld: de nadelen inzake ziektewet, WAO en WW. De verlofperiode telt niet mee bij het berekenen van eventueel ziektegeld of als de mantelzorger een beroep moet doen op de WAO of WW.
Per 1 januari 2006 is de levensloopregeling van kracht. Het wettelijke recht om deel te nemen aan de levensloopregeling is opgenomen in de Wet Arbeid en Zorg. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. De levensloopregeling kan gebruikt worden voor zorgverlof, sabbatical, verlof voor stervensbegeleiding, ouderschapsverlof of educatief verlof. Men heeft geen wettelijk recht voor het opnemen van het verlof. Dat kan alleen met toestemming van de werkgever. Het spaarsaldo mag ook gebruikt worden om eerder met pensioen te gaan. *****nieuwe verlofregelingen???
Voor mensen die geen betaald werk verrichten bieden deze wetten geen mogelijkheden.
Ziekenhuiszorg Palliatieve zorg in ziekenhuizen wordt door de zorgverzekeraar gefinancierd. Via de basisverzekering is men hiervoor verzekerd.
Verpleeghuiszorg Verschillende verpleeghuizen hebben specifieke afdelingen voor palliatieve zorg. Soms is een opname op een dergelijke afdeling beperkt tot een aantal weken. Het CIZ stelt de indicatie voor opname in een verpleeghuis. De zorg wordt betaald uit het reguliere budget, dat is opgebouwd uit AWBZ gelden. Het verpleeghuis kan eventueel een beroep doen op de zogenaamde 90-euro maatregel. Deze maatregel houdt in dat het verpleeghuis aanspraak kan maken op 90 euro extra per dag boven de ligdagprijs voor elke terminale patiënt die verpleegd wordt op een speciaal ingerichte palliatieve unit.
Verzorgingshuiszorg Ook in verzorgingshuizen is een opname voor terminale zorg vaak beperkt tot een aantal weken. De zorg wordt betaald uit het reguliere AWBZ budget met een eigen bijdrage. Het voordeel van een opname in een verzorgingshuis is dat er ten opzichte van de thuissituatie 24 uur per dag professionele zorg aanwezig is. Een opname in een verzorgingshuis verloopt via een indicatie door het CIZ. Het verzorgingshuis kan eventueel een beroep doen op de zogenaamde 90-euro maatregel. Deze maatregel houdt in dat het verzorgingshuis aanspraak kan maken op 90 euro extra per dag boven de ligdagprijs voor elke terminale patiënt die verpleegd wordt op een speciaal ingerichte palliatieve unit.
Zorg in hospices en bijna-thuis-huizen De meeste hospices en bijna-thuis-huizen hanteren specifieke toelatingseisen. Hierbij wordt uitgegaan van de verwachte zorgduur en de complexiteit van de zorg. Voor opname in een hospice of bijna-thuis-huis is vaak een indicatie door het CIZ verplicht.
De verschillende diensten en producten (huisartsenzorg, geneesmiddelen) worden bekostigd uit reguliere vergoedingen van zorgverzekeraars. De kosten van huisvesting worden gefinancierd door bijdragen van charitatieve instellingen, sponsors, donateurs en/of gemeenten. Zorgverzekeraars vergoeden dergelijke kosten meestal niet. Overleg hierover met uw zorgverzekeraar.
Het beleid van de overheid is erop gericht om zorg in hospices en bijna-thuis-huizen onderdeel te laten zijn van de reguliere gezondheidszorg. Samenwerking tussen de verschillende gezondheidszorginstellingen op het gebied van palliatieve zorg binnen het kader van de regionale netwerken wordt gestimuleerd en vindt steeds meer plaats.
Eigen bijdrage Wanneer u thuiszorg krijgt of opgenomen bent in een verzorgingshuis of verpleeghuis, bent u een eigen bijdrage verschuldigd. Dit geldt soms ook voor opname in een Bijna-Thuis-Huis of hospice. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en de leeftijd. Voor de thuiszorg zijn tevens de samenstelling van het huishouden en het aantal uren zorg per week van invloed op de hoogte van de eigen bijdrage. Voor de uitleen van verpleegartikelen of advies, instructie en voorlichting geldt geen eigen bijdrage.
Aftrek buitengewone uitgaven Hoge kosten voor ziekte of overlijden kunt u in bepaalde gevallen als ‘buitengewone uitgaven’ aftrekken op uw belastingaangifte. Alle ‘medische’ uitgaven zijn in principe aftrekbaar. Niet aftrekbaar zijn uitgaven waarvoor men recht heeft op een vergoeding. Bijvoorbeeld van de zorgverzekeraar of in het kader van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). Alleen kosten die in het betreffende aangiftejaar zijn betaald kunt u aftrekken.
De uitgaven moeten aannemelijk gemaakt kunnen worden (bonnen, kwitanties, rekeningen, bank- of giroafschriften en dergelijke). De uitgaven mogen niet worden afgetrokken wanneer daar een besparing op normale kosten van levensonderhoud tegenover staat (bijvoorbeeld opname in een instelling wordt verminderd met de besparing op de kosten van huisvesting en voeding thuis).
Aftrekbaar zijn onder voorwaarden de volgende uitgaven:
- medicijnen;
- verpleeginrichting, verzorgingshuis;
- eigen bijdragen;
- dieet op doktersvoorschrift;
- extra huishoudelijke hulp;
- hulpmiddelen;
- kleding en beddengoed;
- medische hulp;
- vervoer (ook ziekenbezoek).
Alleen de uitgaven die boven een drempelbedrag uitkomen zijn aftrekbaar. Hoe hoog de drempel is hangt af van het onzuivere inkomen. Buitengewone uitgaven worden opgegeven via de belastingaangifte. Als men inkomstenbelasting betaalt en aftrekposten heeft, kan men de kosten voor buitengewone uitgaven ook maandelijks terugkrijgen.
Voor meer informatie over aftrek buitengewone uitgaven wordt verwezen naar de brochure ‘Buitengewone uitgaven’ van de belastingdienst. Voor eventuele vragen kan men (gratis) bellen naar de belastingtelefoon 0800 – 0543. Via internet is de belastingdienst te raadplegen.
Voor specifieke informatie kan men terecht bij de eenheid van de belastingdienst waaronder men valt. Het telefoonnummer staat op de voorzijde van het aangiftebiljet.
|
|
|
 |
|